Laatste nieuws
 
 
  Achtergrondartikelen  
 

Een groter gebruik van e-health zal het ziekenhuislandschap ingrijpend veranderen, waarbij de patiënt de regie neemt. In de aanloop naar de vakbeurs Zorg & ICT – van 13 tot en met 15 maart in de Jaarbeurs in Utrecht – presenteert VNU Exhibitions een reeks diepgaande, opiniërende artikelen over de laatste trends op het vakgebied. In deze editie: e-health in het ziekenhuislandschap. Belangrijke stappen in het zorgtraject, denk aan het afnemen van een consult, maar ook nazorg en monitoring, verplaatsen zich buiten de muren van het ziekenhuis. De medisch specialist komt er vooral aan te pas op het moment dat zijn deskundigheid gewenst is. Wat een enorme tijdwinst en kostenbesparing met zich meebrengt.

Een virtuele trombosedienst waardoor patiënten via een apparaatje thuis kunnen prikken. Hun stollingswaarden worden op afstand bewaakt. Of een e-consult waarin een patiënt in zijn eigen tijd, waar hij ook is, met de arts overlegt. De patiënt kan er de tijd voor nemen en de kwaliteit van de informatie, die veel gestructureerder is dan bij een fysiek consult, neemt voor de arts alleen maar toe. Succesvolle voorbeelden te over in ons land, vindt e-health deskundige Marcel Heldoorn van patiëntenfederatie NPCF, waarvan er veel meer zouden moeten komen. Reden voor de NPCF om samen met zorgverleners en zorgverzekeraars de Nationale Implementatie Agenda (NIA) voor e-health op te stellen. De vorig jaar verschenen oproep wordt door minister Schippers van Volksgezondheid onderschreven. “Slimme toepassingen als het e-consult worden nog amper gebruikt. Het structureel inbedden en opschalen van e-health gaat erg lastig. Je zou verwachten dat het scala van bestaande successen bij andere zorginstellingen de ogen zou openen, maar de noodzaak het zorgproces anders te doen wordt te weinig gevoeld.”

De brede implementatie vormt inderdaad de grootste uitdaging voor e-health, beaamt directeur John Kreuze van de Nederlandse Vereniging voor E-Health (NVEH). “Technisch gezien gaan de ontwikkelingen heel snel, in feite te snel om toepasbaar te zijn in de zorg. Maar de onbekendheid met de kansen van e-health zijn groot. Huisartsen willen bijvoorbeeld te snel schakelen met laaghangend fruit, denk aan online herhalingsrecepten. Natuurlijk is het pure winst, wanneer je als dokter dit soort recepten niet meer aan het eind van de dag met de hand hoeft uit te schrijven. Maar e-health kun je deze vorm van digitalisering niet noemen.” Het grootste obstakel, aldus Kreuze is het gebrek aan samenwerking als gevolg van tegenstrijdige belangen. “Artsen vrezen onterecht minder te doen te krijgen. Maar de inhoud van de medische handeling  verandert niet, alleen de wijze waarop. Meer e-health komt er beslist. Overheid, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars zetten er zwaar op in. De laatsten dwingen e-health bijkans af. De kwaliteit van online zorg, weten zij, is vaak hetzelfde als traditionele zorg, alleen is de prijs een stuk lager. Als je vandaag de dag vanaf nul een ziekenhuis op zou bouwen, weet, zou het hoofdbestanddeel uit e-health bestaan.”

Kreuze, naast zijn werk voor de NVEH directeur/bestuurder van een onderdeel van de Parnassia Groep, ’s lands grootste aanbieder van GGZ-zorg, gelooft in ‘blended’ behandelen: de combinatie van online en klinische zorg. “Cliënten kunnen online een dagboek bijhouden en met hun behandelaar praten in een video- of chatcontact. Eens in de drie weken vindt het vertrouwde face-to-faceconsult plaats. Dankzij e-health is de behandelaar heel goed op de hoogte van het wel en wee van zijn cliënt en kan hij in korte tijd veel meer cliënten behandelen, wat een enorme kostenbesparing betekent. De cliënt is in staat in zijn eigen tijd om te gaan met alle aspecten die zijn ziekte met zich meebrengt. Denk ook aan online gedragstherapie om weer de straat op te durven.”

Via het platform van Curavista, dat via een twintigtal ziekenhuizen zo’n zeventig online zelfmanagementmodules aanbiedt, leggen dagelijks al meer dan 100 duizend chronisch zieke patiënten hun situatie aan de hand van vragenlijsten vast. De medisch professional kan zijn patiënten zo digitaal volgen. De gedrevenheid onder patiënten om hier gebruik van te maken is groot. De verwachting is bijvoorbeeld dat het aantal patiënten van het MS Centrum Leeuwarden dat zich online laat volgen, dit jaar groeit naar veertig procent. Bij andere ziektebeelden laat tien tot eveneens veertig procent van de patiënten zich monitoren via e-health toepassingen. Directeur Esther van Noort van Curavista verwacht dat dit percentage in de toekomst alleen maar zal stijgen. “E-health geeft de patiënt de middelen in handen grip op zijn eigen ziekteproces te krijgen. ICT stelt de patiënt in staat zelf verantwoording te nemen. Online raakt bovendien steeds meer ingeburgerd, kijk ook naar de opmars van de smartphone en de ook onder ouderen erg populaire tablet. Steeds meer mensen doen een beroep op het gemak van online bankieren en boodschappen doen. Voor de zorgconsument geldt dat net zo.” Tijdens Zorg & ICT zal Curavista een systeem presenteren dat behandelteams met verschillende zorgverleners en mantelzorgers in staat stelt informatie te delen. Autorisatie hiervoor verleent de primaire zorgverlener of de patiënt. Ook statistische gegevens over het gebruik van de zelfmanagementmodules komen beschikbaar.

Ook voor het ziekenhuis zelf biedt e-health tal van voordelen. Informatie van patiënten wordt sneller en beter beschikbaar. De intake kan al van huis uit goed vorm krijgen, denk ook aan de winst van het e-consult. Allemaal tijdwinst voor de arts, en dus kostenbesparing. De bevolking vergrijst en de zorgkosten rijzen de pan uit. Er komen steeds minder handen beschikbaar aan het ziekenhuisbed. “Alleen met e-health kun je de zorg breed toegankelijk houden. Zelfmanagement door de patiënt is bovendien belangrijk voor de zorg. Het leert de patiënt met zijn ziekten omgaan”, zegt Van Noort, die beklemtoont dat e-health toepassingen steeds vaker worden ingezet in plaats van of ter voorkoming van gebruikelijke zorg, substitutie dus.

Volgens Heldoorn van de NPCF zal het ziekenhuis zich zo ontwikkelen dat de specialist alleen in actie komt op het moment dat zijn deskundig oordeel gevraagd wordt. “De patiënt kan thuis online, eventueel met medische apparatuur, al veel doen. De verpleegkundig specialist bereidt alles voor met het oog op een eventuele operatie en ziekenhuisopname.” Om maar weer een voorbeeld te noemen: tele-dermatologie. De huisarts maakt een foto van een verdacht huidvlekje en de arts in het ziekenhuis controleert diezelfde dag nog of de patiënt bij hem langs moet komen. “Het scheelt de patiënt de gang naar het ziekenhuis en dus een deel van zijn dag, levert het ziekenhuis en dus de zorgverzekeraar een kostenbesparing op en stelt de arts in staat meer patiënten te behandelen en helpt de wachtlijsten korter te maken. De huisarts verdient wat extra’s aan het maken van de foto. Los nog van de maatschappelijke baten. Het arbeidsverzuim daalt immers, omdat de patiënt alleen als het nodig is naar het ziekenhuis moet.”

De belangrijkste ontwikkeling naar meer e-health, benadrukt NVEH-directeur Kreuze, is vrije deling van informatie. “Dan pas gaat de zorg echt veranderen. Het is onvermijdelijk dat de patiënt de regie in handen neemt en volgens zijn voorwaarden – tijds- en plaatsonafhankelijk – bepaalt wanneer hij zijn arts wil spreken.” Van de circa tachtig ziekenhuizen in ons land, schat Kreuze, “doen vijf of zes het al zo.” De mondigheid van de patiënt illustreert Kreuze aan de hand van de website www.zorgkaart.nl, die patiënten de mogelijkheid biedt hun zorgverlener of -instelling te waarderen en deze daarmee te stimuleren de dienstverlening te verbeteren. Dit platform van Patiëntenfederatie NPCF en zorguitgever Bohn Stafleu van Loghum (BSL), telt maandelijks zo’n 8000 bezoekers. “Dat is pas empowerment”, verwijst de NVEH-directeur naar de ‘e’ in e-health.

Niet alle zorginstellingen zijn blij met zorgkaart.nl, aldus NPCF-medewerker Heldoorn. “Het is duidelijk wennen om zomaar door je patiënten beoordeeld te kunnen worden. Er zijn echter ook instellingen die zeggen: laat weten wat je van ons vindt zodat we ons kunnen verbeteren. Steeds meer organisaties doen mee.” Heldoorn verwacht dat onder druk van de patiënt de wal het schip gaat keren. “Ik voorspel dat er een kantelpunt komt, waarop ziekenhuizen in zullen zien dat er aan e-health te veel voordelen kleven.” De NPCF wil op het bevorderen van de bewustwording inzetten. Op www.digitalezorggids.nl, een vorig jaar gestart initiatief eveneens samen met BSL, staan al zo’n 2000 e-health toepassingen beschreven, van handige app’s tot online (zelf)diagnoseprogramma’s. “In professionele expertpanels wordt dit digitale vernuft ook echt beoordeeld. Dan is voor iedereen duidelijk wat een toepassing waard is.” Verder moeten zorgverzekeraars, vindt Heldoorn, elkaar niet op e-health toepassingen beconcurreren, maar moeten ze er door verplichte opname in het zorgpakket voor zorgen dat deze overal inzetbaar zijn. “Als een instelling een toepassing van e-health niet inkoopt, krijgen ze geen contract. E-health moet gewoon zorg worden.”

Al zijn er nog tal van drempels te overwinnen. De huidige financieringsstructuur staat de bredere toepassing van e-health in de weg, want deze is gericht op het fysiek contact met de patiënt. Alleen op basis hiervan mag een zorgverlener declareren. Wel valt sinds 2013 het videoconsult bij een herhaalde oproep onder het huidige bekostigingsregime in de vorm van het DBC-pakket (Diagnose Behandel Combinatie). “Met andere vormen van consulten, bijvoorbeeld online, haalt de arts zijn eigen tarieven onderuit. In dat geval zal hij zeggen: laat die patiënt maar gewoon bij mij langskomen. Dat is geen stimulans voor e-health”, vertelt Curavista-directeur Van Noort. Is een medisch specialist dankzij e-health in staat meer patiënten te behandelen, dan komt hij weer in botsing met het door de zorgverzekeraars gestelde plafond. Het businessmodel van e-health moet voor alle partijen in de zorg goed zijn, meent Van Noort.

De NIA is volgens Van Noort ‘een stap in de goede richting’. Mager volgens haar is echter dat de bekostiging van e-health moet komen uit de efficiencywinst bij het ziekenhuis. “De overheid kan veel meer doen om e-health te stimuleren, net zoals patiëntenorganisaties dat doen. Als we de bestaande financieringsvorm veranderen, zal e-health een grote vlucht krijgen.” NVEH-directeur Kreuze bevestigt de nadelen van de bestaande financieringsstructuur in de zorg. “Rendementen worden gestuurd op de huidige financiële regelgeving. De focus op de financiën wordt gebruikt als argument om zorginnovaties op te houden. We moeten ons niet verschuilen achter deze perverse prikkels.” De acties in de NIA wil de NVEH handen en voeten geven in de dagelijkse praktijk op de werkvloer. “We willen een onafhankelijke marktplaats zijn voor zorgprofessionals, patiënten en zorgverzekeraars. Die positie gaan we ook uitdragen tijdens Zorg & ICT.”

 

Plaats op:
Datum: 6 februari 2013
Bron: VNU Exhibitions Europe
Gerelateerde artikelen  
03-03-2016 Nieuws Zorg & ICT-vakbeurs zet gebruiker centraal
12-09-2008 Nieuws Electronisch Patienten Dossier
25-02-2013 Nieuws Vakbeurs Zorg & ICT 2013 in één oogopslag
31-08-2008 Nieuws Privacy onderzoek in ziekenhuis
15-02-2017 Nieuws Management buy-out voor Synergy Health Textielservice BV
 
 

- partners -

 
 
 
 
 
� 2005 - 2018 Vakwereld. All rights reserved Pagina geladen in 0,37 seconden.